Home » Veiligheid

Veiligheid

Denk bij het branden van kaarsen om de veiligheid:

  • Laat de kaars nooit zonder toezicht branden
  • Verplaats de brandende kaars niet
  • Doof de kaars nooit met water
  • Brand de kaarsen buiten het bereik van kinderen en huisdieren
  • Plaats kaarsen nooit op een brandbare ondergrond of in de buurt van brandbare materialen.
  • Boven de 28 graden Celsius kan de kaars gaan smelten (vervormen). Plaats de kaars in de zomer dus niet in de volle zon of in een serre waar de zon op staat.
  • Plaats geen kaarsen in een luchtstroom, zoals bij een raam of deuropening of op een radiator. Kaarsen die op de tocht staan kunnen gaan walmen en druipen.
  • Vermijd het direct inhaleren van rook.
  • Bij voorkeur de kaars niet uitblazen. Doof de kaars altijd met een kaarsen dover. Dit voorkomt spatten van het warme kaarsvet. Als u geen kaarsen dover heeft, blaas dan  voorzichtig en houd uw hand achter de vlam.
  • Gebruik waxinelichten alleen in rechauds/ (warm)houders met voldoende ventilatie. Het waxinelicht heeft zuurstof nodig om goed te kunnen branden.